Treksprinkhaan

Algemene beschrijving  

De treksprinkhaan Locusta migratoria (Linnaeus, 1758) is een rechtvleugelig insect en behoort tot de familie van de veldsprinkhanen (zie tabel 1). De treksprinkhaan is de meest verspreide sprinkhanensoort op aarde en wordt onderverdeeld in verschillende ondersoorten op basis van morfologie en voorkomen. De bekendste ondersoorten zijn oa de Afrikaanse treksprinkhaan, Locusta migratoria migratorioides, en de Europese treksprinkhaan, Locusta migratoria migratoria.

Solitaire (links) en gregaire (rechts) Locusta migratoria
 


Levenscyclus

L. migratoria is een hemimetabool insect. Dit houdt in dat de larvale stadia, instars of nimfen genaamd, lijken op de adulten, maar geen functionele vleugels en volledig ontwikkelde voortplantingsorganen hebben. In een gregaire kweek bij een temperatuur van ±30°C en relatieve luchtvochtigheid van 40-60% duurt de levencyclus van L. migratoria ongeveer 2 maanden. De nimfen komen uit het ei na ongeveer 10 dagen. Tijdens hun ontwikkeling vervellen de nimfen 4 keer, met telkens ongeveer een week tijd tussen elke vervelling. Bij de 5de vervelling ontstaat er een adult, dat na een tweetal weken sexueel matuur is. Gregaire vrouwelijke adulten zijn zo’n 10 cm lange en hebben een bruinachtige kleur, terwijl de mannetjes iets kleiner zijn en een geel gekleurd zijn (Zels 2015).

 

Levenscyclus van L. migratoria. Met de klok mee: 5 Instars, sexueel immature adult, sexueel mature vrouwelijke en mannelijke adult (Zels 2015).

Kweek

L. migratoria wordt gekweekt in kooien of bakken bij een temperatuur van ±30°C en relatieve luchtvochtigheid van 40-60%. Hierbij wordt een dacht-nachtcyclus van 14h-10h. L. migratoria is een specialist, en heeft een sterke voorkeur voor gras. Gras moet dagelijks vers toegediend worden, waarbij er ongeveer evenveel gewicht aan gras gegeven wordt als dat er sprinkhanen zijn. Er kunnen steeds havervlokken voorzien worden. Vrouwelijke sprinkhanen leggen hun eieren in een pot met daarin een vochtig mengsel van turf en zand (50-50). De eipotten worden geregeld vervangen en in een nieuwe kooi geplaatst om een zo homogeen mogelijke populatie te verkrijgen.
Bij de kweek van sprinkhanen is het mogelijk dat er allergieën gevormd worden voor allergenen aanwezig in de feces van de dieren (Lopata et al. 2005). Zorg er daarom voor dat feces steeds verwijderd worden, de kweekruimte en kooien geregeld gekuist worden. Bovendien is het aan te raden steeds aangepaste kledij, mondmasker en handschoenen te dragen.  


Economisch belang

De larven worden momenteel al verwerkt in diverse voedingsproducten beschikbaar voor humane consumptie. De larven zijn eveneens zeer populair als hobbyvoeder, maar ze zijn echter niet toegelaten als voeder in aquacultuur. Ze hebben een vergelijkbare proteïne en vet percentage als meelwormen (respectievelijk 45 en 40% droge stof), en een calcium-kalium verhouding van 1:10 tot 1:20 waardoor morio wormen niet voor alle dieren even geschikt zijn of dienen aangevuld worden met een kaliumrijkere voedingsbron. De larven kunnen ook verwerkt worden tot bio-ethanol, alhoewel er vaak de voorkeur wordt gegeven naar insecten met een snellere levenscyclus.


Wetgeving

Dierenvoeder 

Voor meer informatie zie: 
http://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/HTML/?uri=CELEX:32017R0893&from=FR
http://lv.vlaanderen.be/nl/dier/paarden-ezels-bijen-honden/insecten#Wetgeving


 
Menselijke consumptie
L. migratoria zit wel in de lijst van de 10 insecten die in Belgie worden getolereerd als humaan voedsel. Daarenboven is op 25 november 2015 werd een nieuwe wetgeving aangenomen (Verordening 2015/2283) die stelt dat insecten (volledig of delen hiervan) behoren tot de “Novel Foods”. Dit wil zeggen dat vanaf 1 januari 2018 geen enkel insect nog zal mogen worden gegeten in Europa tenzij goedgekeurd als Novel Food. 

Voor meer informatie zie: http://www.afsca.be/levensmiddelen/insecten/