Meelworm

Algemene beschrijving

Meelwormen zijn de larvale fase van de minder bekende meeltor. Oorspronkelijk was het leefgebied van de meeltor vermoedelijk beperkt tot Zuid-Europa, maar door de grote vraag naar meelwormen als voedsel voor zowel mensen als voor hobby huisdieren zoals reptielen, amfibieën en enkele vogel soorten en zoogdieren worden ze tegenwoordig wereldwijd gekweekt. Deze soort heeft een voorkeur voor donkere en vochtige plaatsen.

De meeltor is een gladde, zwarte kever die 1.2 à 2 cm groot kunnen worden. Ze hebben nog werkzame monddelen en voeden zich net zoals de wormen met granen, groenten, fruit en rottende bladeren of hout. De kevers kunnen uitzonderlijk vliegen bij suboptimale condities.

De wormen, de larvale of juveniele fase, is geelbruin met bruine streep op het einde van elk segment. Ze vertonen een tragere groei in vergelijking met de piepschuimworm, maar een snellere groei in vergelijking met de morio worm. Ze voeden zich net zoals de kevers maar ze kunnen ook andere insecten en vlees verwerken, in uitzonderlijke omstandigheden kan er ook kannibalisme optreden.

Figuur 1: De verschillende levensstadia van de meelworm. Van links naar rechts: ei, larvale meelworm, pop, volwassen meeltor.

 

Levenscyclus

De volledige levenscyclus neemt 3 à 4 maanden in beslag, maar dit is sterk afhankelijk van de omgevingscondities en het voedsel. In gunstige omstandigheden paren de kevers reeds enkele dagen na het verpoppen en ze blijven eitjes leggen tot ze sterven. De bevruchte eitjes worden afgelegd in substraat of tegen een hard oppervlakte in de buurt van een potentiële voedingsbron voor de larven. Na enkele dagen komen de eitjes uit en begint het larvaal stadium. Deze fase duurt enkele weken en hierin ondergaan ze verschillende vervellingen. Op het einde van de larvale fase verpoppen de meelwormen. De pop fase duurt 10 tot 14 dagen, waarbij ze niet eten of bewegen. Een net verpopte meeltor is bleek en zacht, na enkele dagen krijgen ze de typische zwarte kleur.

Figuur 2: Levenscyclus van meelworm (schematisch met vermelding van tijd tot de volgende fase)



Kweek 

De kweek van meelwormen gedijt het best bij een constante temperatuur en vochtigheid, de snelste ontwikkeling wordt gerealiseerd bij 27°C maar tot een range van 18°C zal er nog groei optreden, alhoewel deze dan sterk vertraagd is ten opzichte van 27°C. Warmere temperaturen worden ook niet aangeraden, aangezien de wormen zelf ook nog warmte produceren en ze anders kunnen sterven door verhitting. Voor vochtigheid wordt een continue vochtigheid van 75 % relatieve vochtigheid aangeraden. De meelwormen kunnen ook in minder vochtige condities gekweekt worden, mits compensatie door het toevoegen van extra waterbron. De meelwormen kunnen ook bij vochtigere omstandigheden gekweekt worden, maar is er meer kans op aanwezigheid van meelmijten in de kweek. Zowel de wormen als de kevers kunnen in open plastic bakken gekweekt worden, alhoewel dit wel het risico verhoogd op de aanwezigheid van pestsoorten, andere insecten maar bijvoorbeeld ook muizen en spinnen. Ze vertoeven voornamelijk in het substraat, en indien het donker is in de kweekruimte leven ze ook op het substraat. De eitjes worden zowel in het substraat als op de bodem van de kweekbak afgelegd. Voor een optimale kweek wordt er aangeraden om de kevers regelmatig te verzetten naar een verse bak met vers substraat zodat de eitjes en de larven ongestoord kunnen ontwikkelen.

Het voedsel voor meelwormen kan onderverdeeld worden in een droge voedingsbron, zoals tarwe zemelen, en een natte voedingsbron, zoals groenten of fruit. De droge voedingsbron wordt in voldoende mate gegeven zodat ze hier enkele dagen of weken van kunnen eten. De natte voedingsbron wordt bij voorkeur dagelijks of 2-dagelijks geportioneerd gegeven zodat deze voedingsbron opgegeten is tegen de volgende voederbeurt om schimmelvorming in de kweek te vermijden. Indien er geopteerd wordt voor tarwezemelen als droge voedingsbron kan deze nog aangevuld worden met andere droge graanproducten die een hogere voedingswaarde hebben, dit zal de ontwikkeling van de larven versnellen.

Economisch belang

De larven worden momenteel al verwerkt in diverse voedingsproducten beschikbaar voor humane consumptie. De larven zijn eveneens zeer populair als hobbyvoeder, en sinds 2017 zijn ze ook toegelaten als voeder in aquacultuur. Ze hebben een vergelijkbare proteïne en vet percentage als morio wormen (respectievelijk 45 en 40% droge stof), en een calcium-kalium verhouding van 1:10 tot 1:20 waardoor meelwormen niet voor alle dieren even geschikt zijn of dienen aangevuld worden met een kaliumrijkere voedingsbron. De larven kunnen ook verwerkt worden tot bio-ethanol, alhoewel er vaak de voorkeur wordt gegeven naar insecten met een snellere levenscyclus.

Wetgeving

Dierenvoeder 
Meelwormen mogen momenteel enkel levend gevoederd worden aan niet-herkauwers. Ze zijn eveneens opgenomen in de lijst van 7 soorten die toegestaan zijn in aquacultuur.
Voor meer informatie zie:
http://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/HTML/?uri=CELEX:32017R0893&from=FR
http://lv.vlaanderen.be/nl/dier/paarden-ezels-bijen-honden/insecten#Wetgeving

Menselijke consumptie
Voor meelwormen is er een Novel Food dossier ingediend in België. Hierdoor wordt het gedoogbeleid voor meelwormen deels verlengd tot er een uitspraak is over het ingediende dossier. Het gedoogbeleid wordt enkel verdergezet voor toepassingen die opgenomen zijn in dit Novel Food dossier.
Voor meer informatie zie:
http://www.afsca.be/levensmiddelen/insecten/
https://www.health.belgium.be/nl/Stand_van_zaken_commercialisatie_van_insecten_na_01012018_op_de_Belgische_markt